Rupert Sheldrake

De huidige materialistische wetenschap distantieert zich nog steeds van alles wat onder de noemer paranormaal valt. En wat de menselijke geest betreft domineert de zienswijze dat het bewustzijn wordt voortgebracht door het brein, dat op een mechanistische manier alle lichamelijke en psychische processen reguleert en bestuurt. Deze moderne wetenschap, die ervan uitgaat dat er uitsluitend een stoffelijke realiteit bestaat, heeft met name op technologisch gebied spectaculaire resultaten geboekt en daardoor veel respect verworven, zowel in de eigen gelederen als bij het grote publiek. Echter ook voor de neurowetenschap blijft het bewustzijn zelf -de essentie en oorsprong ervan- nog steeds een groot mysterie.
Maar sommige wetenschappers durven de dogmatiek van de gevestigde wetenschap te doorbreken, daarmee hun wetenschappelijke geloofwaardigheid op het spel zettend.
Eén van die baanbrekers is celbioloog en voormalig Cambridge professor Rupert Sheldrake.
Met zijn revolutionaire ‘morphic field’ (morphisch veld) theorie wil Sheldrake wetenschappelijk onderbouwd aantonen dat het bewustzijn, waaronder het geheugen, geen bijproduct is van de hersenen of daarmee onlosmakelijk verbonden zou zijn.
Wat Sheldrake precies bedoelt met morphische velden laat zich hier niet in enkele woorden weergeven. Kort geïnterpreteerd, wijst hij op het bestaan van krachtvelden – te zien als vormvelden – met energetische eigenschappen die onze stoffelijke dimensie doordringen en bepalen. Deze velden liggen ten grondslag aan de organisatie van proteïnen, kristallen, planten, dieren, hersenen en het verstand. Zij verklaren gewoontes, geheugens, instincten, telepathie en richtingsgevoel. Natuurwetten lijken hierdoor vooral op evoluerende gewoontepatronen.
Een ander verschijnsel waarop Sheldrake in relatie tot de morphische velden de aandacht vestigt, is die van morphische resonantie. Dit is een proces waarbij zelforganiserende systemen het geheugen erven van vorige soortgelijke systemen. Dit geeft dus een totaal andere kijk op een opslag van geheugen als fysieke hersenfunctie. Geheugen hoeft niet stoffelijke te worden opgeslagen in het brein, dat meer als een TV ontvanger werkt dan als een video recorder. Volgens hetzelfde principe wordt erfelijkheid niet stoffelijk ingebed in de genen maar wordt ze bepaald door een morphisch resoneren op vorige leden van de soort (als familie of groep) waartoe men behoort. Dus elke individuele entiteit erft de opgeslagen informatie uit het collectieve geheugen van de vorige leden van de soort en oefent op haar beurt weer invloed uit op het collectieve geheugen van de toekomstige soort.

Belangrijkste conclusies: Het bewustzijn bevindt zich niet ‘in’ de hersenen en is daarmee non-lokaal. Door het morphische resonantie principe kunnen wij in verbinding treden met andere bewustzijns- en/of geheugenvelden. Hierin wordt de verklaring gevonden voor onder meer telepathie -een werking van het bewustzijn dat veel door Sheldrake wordt besproken en waarvoor hij ook online experimenten heeft ontworpen.

Na zijn loopbaan als bioloog aan de universiteit van Cambridge vaarwel te hebben gezegd, is Rupert Sheldrake zich uitsluitend gaan bezighouden met parapsychologische verschijnselen zoals telepathie en precognitie (voorkennis).
Hij heeft een dertigtal boeken gepubliceerd en tachtig verhandelingen geschreven die in gereputeerde wetenschappelijke tijdschriften werden gepubliceerd.
Ook als internationaal gerenommeerd auteur en spreker zet Rupert Sheldrake zijn werk nog steeds verder.

De website van Rupert Sheldrake is: http://www.sheldrake.org

 

Waarzeggen

Het ‘Q-moment’:

Dit is de benaming die ik heb gekozen voor dat specifieke moment waarin een vorm van helderziendheid optreedt. De term ‘helderziendheid’ is enigszins misleidend, want het hoeft niet zo te zijn dat de buitenzintuiglijke waarneming die zich voordoet in het ‘Q-moment’ per se bestaat uit beelden.Het kan ook louter een gevoelswaarneming zijn. Je weet dan meteen hoe een bepaalde situatie zich gaat ontwikkelen of wat de huidige stand van zaken is met betrekking is tot een bepaalde persoon.

Ter illustratie:

Toen ik destijds nog in Amsterdam woonde, had ik een Franse vriend die een leidinggevende functie had bij het ‘Maison Descartes’. Deze vriend had een Roemeense viendin. Op een gegeven moment uitte hij zijn bezorgdheid tegenover mij dat helemaal geen contact meer kon krijgen met die vriendin. Telefonisch niet, en ook was zij niet op haar adres aanwezig. Ik besloot om de toen in Nederland zeer bekende paragnost Gerard Croiset te bellen om uit te vissen wat er gaande was. Toen ik hem aan de lijn kreeg was zijn boze reactie ‘hoe durft u mij op zondag te bellen’. Nog voor ik nog maar iets had kunnen zeggen, vervolgde hij ‘die vrouw is allang terug naar Roemenië’ -waarna hij abrupt de verbinding verbrak.

Heel opmerkelijk. Dat voorval heeft me nooit meer losgelaten. Zonder dat ik iets had gezegd wist Croiset meteen over wie, wat en waar het ging.

Dezelfde Gerard Croiset verleende ook regelmatig zijn medewerking aan de politie om vermiste personen te traceren. En daarin was hij niet altijd succesvol. Want om echt te kunnen traceren waar iemand zich bevindt (dood of levend), moet je wél een exacte locatie doorkrijgen -en niet ‘ik zie een brug’ of zoiets.

Er bestaat een duidelijk verschil tussen helder’zien’ en helder ‘voelen of ‘weten’. Het eerste valt onder ‘remote viewing’ -waar onder meer het Amerikaanse leger uitvoerig mee heeft geëxperimenteerd- het tweede is de meest gangbare vorm van buitenzintuiglijke waarneming.

Hoe dan ook, het voltrekt zich in het door mij zo genoemde ‘Q-moment’. En dat is het moment dat niet wordt overschaduwd (of tenietgedaan) door zogeheten ‘ruis’. Met ‘ruis’ wordt bedoeld het in werking treden van een redeneerproces. Gedachten worden dan de stoorzender in het waarnemingsmomentum.

Ik durf te stellen dat ieder mens beschikt over een intuïtief waarnemingsvermogen waaraan dikwijls bewust voorbij wordt gegaan of onopgemerkt blijft. Intuïtie -direct weten zonder redenering- is niet iets wat op commando in werking treedt. Het is iets waarvoor je je moet leren openstellen.

Het lijkt er niet op dat helderziendheid een proces is dat primair door de hersenen wordt aangedreven en bestuurd. De hersenen vervullen eerder de rol van ontvanger en vertolker van een ‘extern’ bewustzijnsproces.

Door de eeuwen heen hebben zieners altijd gebruik gemaakt van hulpmiddelen.

In het Westen aanvankelijk geslepen bergkristal in de vorm van spiegels of bollen. Later werden ook speelkaarten als orakelkaarten in gebruik genomen.

Kaarten kunnen misleidend zijn als orakel indien de betekenis die aan de afzonderlijke kaarten wordt toegekend niet in de juiste of bruikbare samenhang wordt gelegd en/of ‘gelezen’ waardoor de ‘Q-waarneming’ (dus het intuïtieve waarnemingsmoment) onzuiver wordt of helemaal verloren gaat.

Ik ben na langdurige bestudering van het orakel fenomeen tot de conclusie gekomen dat het in principe niets uitmaakt welk hulpmiddel men gebruikt als kanaal voor intuïtieve waarneming -of dat nu schelpjes, kristallen bollen of kaarten (welke dan ook) zijn. Alles kan werken mits de juiste band wordt gesmeed met het hulpmateriaal dat wordt gebruikt.

Het ritueel:

Zoals bijvoorbeeld sjamanen zich doorgaans van een ritueel bedienen voor healing of waarzeggerij, zo is het kaarleggen als handeling in feite ook een ritueel, dat in werking treedt bij het ter hand nemen en schudden van de kaarten. Vanaf dat moment wordt een mentale toestand opgeroepen die buitenzintuiglijke waarneming initieert.

Middels elektro-encefalografie heeft men geconstateerd dat in de hier bedoelde Q-toestand een gebied van de hersenen rond de pijnappelklier oplicht.

Aura waarneming laat zien dat de zonnevlecht actief wordt.

Dus kennelijk gebeurt er in het ‘Q-moment’ zowel fysiek als mentaal iets met ons.

Zoals ik met het voorbeeld van Gerard Croiset heb aangegeven, zijn er ook helderzienden die helemaal geen hulpmiddel gebruiken. Maar ook dan is er dikwijls wel sprake van een ritueel. Bijvoorbeeld het maken van een kruisteken, een kort gebed, denken aan een ‘gids’, of wat dan ook. Na enige tijd wordt zoiets dan een soort spontane reflex buiten onze bewuste wil

Wat ik hier wil zeggen, is dat eenieder die zich in het waarzeggen wil bekwamen zich primair zou moeten toeleggen op het herkennen en vasthouden van het ‘Q-moment’. En dat vergt oefening. Van doorslaggevende betekenis is dat men het redeneerproces een stap voor blijft.

Het gebruik van hulpmiddelen, zoals bijvoorbeeld kaarten kunnen daarbij een belangrijk richtsnoer zijn.

Onder meer om te bepalen of we datgene wat wij intuïtief doorkrijgen zich afspeelt in het verleden, het heden of de toekomst. Zoals bij elk hulpmiddel het geval is, moeten ook de kaarten worden gezien als een doorgeefluik, een sluis of ‘channel’.

Geïnspireerd door vele onderzoekers van het paranormale, waaronder ook wetenschappers als Tom Campbell (in deze website vertegenwoordigd) ben ik tot het inzicht gekomen

dat iedereen helderziendheid kan ontwikkelen mits dat heel subtiele ‘Q-moment’ wordt herkend en het lukt de ‘Q-waarneming’ binnen het bereik van het ‘gewone’ bewustzijn te brengen.

Orakel kaarten

Het schilderij uit 1508 van Lukas van Leyden, dat ik hierboven heb afgebeeld, laat een waarzegster zien tijdens een consult met Filips de Goede.

Wie goed kijkt, ziet dat zij gebruik maakt van de gewone spelkaarten zoals wij die nu kennen. Want helemaal onderaan is duidelijk een Klaveren kaart zichtbaar.

Ondanks alle historische naspeuringen, blijft het een vraagteken hoe, waar en wanneer de ons bekende gewone spelkaarten zijn ontstaan. Zeker is echter dat ze al in de vijftiende eeuw als orakel kaarten werden gebruikt.

Zoals ik in mijn vorige ‘post’ (‘De Q-waarneming’) al schreef, maakt het in principe weinig uit welk type kaarten wordt gebruikt voor waarzeggerij.

Van doorslaggevende betekenis is, dat men het volste vertrouwen heeft in het hulpmiddel dat voor waarzegging wordt ingezet.

In deze tijd wordt op grote schaal gebruik gemaakt van de orakel kaarten die aan Anne-Marie Lenormand worden toegeschreven. Een dame die in de 19e eeuw, samen met nog iemand, een waarzeggers-praktijk in Parijs had en grote bekendheid verwierf. De uitgever die na haar dood de desbetreffende kaarten uitbracht, heeft behendig gebruik gemaakt van haar faam. Of de kaarten ook echt van haar hand zijn, kan niet worden getraceerd.

Maar eigenlijk is dat irrelevant. Ik ben van mening dat elke kaartlegger/ster in principe zijn/haar eigen kaarten zou kunnen ontwerpen met een betekenis naar eigen inzicht.

De ontwerper van de Lenormand kaarten heeft in ieder geval een tamelijk inconsistent en verwarrend product in het leven geroepen.

Verwarrend omdat de uitgever van die eerste Lenormand kaarten behalve de afbeeldingen en betekenissen (zogenaamd) van ‘mademoiselle’ Lenormand zelf, op de kaarten ook afbeeldingen van de traditionele orakel-kaarten heeft meegenomen. Dus van de gewone spelkaarten, die in die tijd de gangbare orakel-kaarten waren. De uitgever wilde daarmee meer gewicht en geloofwaardigheid aanhet nieuwe kaartspel geven. Pure marketing dus.

De inconsistentie bestaat er uit dat die extra weergave van de traditionele kaarten (ook wel zigeunerkaarten genoemd) totaal geen samenhang vertoont met de initiële betekenissen van de.Lenormand kaarten.

Ik zou hiervan allerlei voorbeelden kunnen geven, maar gebruikers van de Lenormand kaarten zullen ongetwijfeld bebrijpen wat ik bedoel.

Het komt er kort en goed op neer dat men ook de betekenissen van de zigeunerkaarten goed moet kennen. En dan is het ook nog zo, dat de meeste mensen werken met een Lenormand set van 36 kaarten, terwijl de zigeunerkaarten uit 52 kaarten bestaan. Reden waarom ik een Amerikaanse Lenormand set van 52 kaarten bezit waarin alle harten, ruiten, klaver en schoppen kaarten aanwezig zijn plus 16 extra Lenormand afbeeldingen.

De tijd waarin waarzegsters, aan een gammel tafeltje gezeten, hun kunsten publiekelijk aanboden, hebben we ver achter ons gelaten. Anno 2019 bieden talloze paragnosten hun diensten aan via Internet. Dat maakt het er niet gemakkelijker op voor een consulent. Maar ook niet voor degene die om een ‘reading’ vraagt. Hoewel telefonisch wederzijds uitstraling en lichaamstaal ontbreken, komt tussen twee mensen die op afstand communiceren toch een geestelijke verbinding tot stand. En het is die verbinding die bepaalt welke kaarten worden getrokken en in welke volgorde en combinaties ze komen te liggen. Niets in het gebruik van de kaarten als orakel mag worden toegeschreven aan willekeur.

Het betreft hier een zeer opmerkelijk paranormaal proces dat zich niet gemakkelijk laat verklaren. Toch zal ik in een volgende ‘post’ (‘Morphic resonance’) trachten om aan de hand van de bevindingen van Rupert Sheldrake, hierin meer duidelijkheid te brengen.

Eenmaal de kaarten gelegd, treedt het cruciale moment in werking dat ik in mijn vorige verhandeling het ‘Q-moment’ heb genoemd.

Het gaat er dan om hoe snel en accuraat de kaarten kunnen worden ‘gelezen’ al naar gelang de intuïtieve en/of helderziende vermogens van de consulent. En uiteraard is de een meer begaafd dan de ander in dat opzicht, wat ook duidelijk is gebleken uit parapsychologisch onderzoek.

In ieder geval speelt ook behendigheid een belangrijke rol.

Die vroegere waarzegsters die de straten afstruinden om hun diensten aan te bieden, waren naar mijn idee vooral zeer behendig. In die zin dat ze er erg goed in waren om meteen in te schatten wat voor vlees ze in de kuip hadden. In die tijd was kleding een belangrijk aanknopingspunt voor de maatschappelijke klasse waartoe de klant behoorde.

Maar ook hadden die waarzegsters een zeer goed oog voor lichaamstaal.

Zoals ik al eerder zei, zijn dit factoren die ontbreken bij telefonische consulten.

En dan moet de consultant behendig genoeg zijn om aan het begin van een gesprek een opening te creëren die ervoor zorgt dat de ‘klant’ zaken prijsgeeft die een verdere reading vergemakkelen.

Ik blijf er echter bij dat -wat ik de ‘Q-waarneming’ heb genoemd- in elke reading zou moeten prevaleren. Hoewel ik weet dat dat in telefonische consulten niet altijd evident is.

In volgende posts zal ik dieper op dit onderwerp ingaan